Fiscale vestigingsplaats van een vennootschap

13 juni 2017

In grensoverschrijdende verhoudingen is de vraag naar de fiscale vestigingsplaats of fiscale zetel van een Nederlandse B.V. of een Duitse GmbH in de laatste jaren steeds relevanter geworden. De Nederlandse en Duitse belastingdiensten stellen geregeld ter discussie of vennootschappen daadwerkelijk in het ene land (bijvoorbeeld Duitsland) fiscaal zijn gevestigd, dan wel enkel gebruik wensen te maken van een lager belastingtarief, een uitgebreid belastingverdragennetwerk of lage bronheffingen (dividendbelasting) en in feite vanuit het betreffende andere land (bijvoorbeeld Nederland) worden bestuurd.

Fiscale vestigingsplaats: het Belastingverdrag Nederland-Duitsland

In Nederlands-Duitse verhoudingen bepaalt het Belastingverdrag Nederland – Duitsland in welk van de twee landen een vennootschap is gevestigd. Artikel 4 Belastingverdrag Nederland-Duitsland schrijft voor dat in gevallen waarin bijvoorbeeld een Nederlandse B.V. of een Duitse GmbH op grond van de Nederlandse en Duitse nationale wetgeving in beide landen is gevestigd, de plaats van de werkelijke leiding doorslaggevend is voor het bepalen van de fiscale zetel.

Fiscale vestigingsplaats: omstandigheden en substance

Of een vennootschap fiscaal is gevestigd in Nederland of Duitsland, wordt naar Nederlands perspectief naar de omstandigheden beoordeeld. Deze regel is neergelegd in de Algemene wet inzake rijksbelastingen en wordt nader ingevuld door Nederlandse rechtspraak en het internationale beleid op dit gebied. Denkt u bij dit laatste met name aan het OESO-Modelverdrag, dat als basis dient voor vele belastingverdragen, waaronder het Belastingverdrag Nederland-Duitsland, en het daarbij behorende OESO-Commentaar. Leidend is hierbij het begrip substance: heeft een vennootschap voldoende omvang en aanwezigheid in het land waar de vermeende plaats van vestiging is?

Fiscale vestigingsplaats: werkelijke leiding

Om te beoordelen in welk land de werkelijke leiding van een vennootschap is gelegen, kijken de Nederlandse en Duitse belastingdiensten onder andere naar de plaats waar het bestuur de belangrijkste beslissingen voor de Nederlandse of Duitse ondernemingen neemt, bijvoorbeeld daar waar de directievergaderingen worden gehouden. Maar ook de woonplaats(en) van de aandeelhouder(s) en de plaats waar de aandeelhoudersvergaderingen worden gehouden, kunnen van belang zijn. Indien er sprake is van een directeur-grootaandeelhouder (DGA), kan tevens zijn of haar woonplaats als plaats van de werkelijke leiding worden gezien. Dit laatste speelt met name bij persoonlijke holdings c.q. houdstermaatschappijen.

Fiscale vestigingsplaats: problemen in de praktijk

Ingeval de Nederlandse belastingdienst stelt dat een Duitse GmbH (Gesellschaft mit beschränkter Haftung) niet in Duitsland, maar juist in Nederland fiscaal is gevestigd, bijvoorbeeld omdat alle bestuurders in Nederland wonen, kunnen er navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting worden opgelegd en moet de te veel betaalde Körperschaftsteuer en Gewerbesteuer worden teruggevorderd. Indien en voor zover de Duitse fiscus het niet eens is met het standpunt van de Nederlandse fiscus, kan er dubbele belastingheffing optreden. Hetzelfde geldt voor de spiegelbeeldsituatie. In ieder geval leiden dergelijke discussies tot veel fiscaal-juridische, administratieve en eventueel zelfs financiële moeilijkheden.

Fiscale vestigingsplaats: uitwisseling van informatie

De Nederlandse en Duitse belastingdienst wisselen onderling fiscale gegevens uit, bijvoorbeeld indien de fiscale vestigingsplaats van een B.V. of een Duitse GmbH ter discussie staat. Hier hebben zij verschillende middelen voor, waaronder het Belastingverdrag Nederland-Duitsland en de Europese Bijstandsrichtlijn (2011/16/EU). Daarnaast hebben Nederland en Duitsland een eigen overeenkomst voor administratieve bijstand gesloten. Door deze overeenkomsten kunnen de belastingdiensten automatisch, spontaan of op verzoek informatie uitwisselen.

Uit het voorgaande volgt de noodzaak om voldoende substance binnen uw vennootschap te creëren. Dit betekent onder andere dat uw vennootschap voldoende ‘body’ moet hebben om haar activiteiten ook daadwerkelijk in het betreffende land uit te voeren. Een enkele Duitse postbus is daarbij vaak niet voldoende. Wordt hier onvoldoende rekening mee gehouden, dan kan dit het zakendoen via uw Duitse vennootschap aanzienlijk bemoeilijken.

Heeft u vragen? Wij kunnen u behulpzaam zijn, indien u uw ondernemingsactiviteiten wilt uitbreiden naar Duitsland of als u als intermediair uw klanten hierbij ondersteunt. Indien u ons contactformulier invult, nemen wij zo spoedig mogelijk contact met u op.