Fiscale eenheid vennootschapsbelasting: strijdig met EU-recht

29 maart 2018

Op 22 februari 2018 heeft het Europese Hof van Justitie een belangrijk arrest gewezen voor de Nederlandse fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting. Deze regeling zorgt ervoor dat meerdere maatschappijen die onderdeel uitmaken van een groep worden aangemerkt als één belastingplichtige. Nederland stelt als voorwaarde dat deze groepsmaatschappijen in Nederland moeten zijn gevestigd, indien zij een fiscale eenheid willen vormen. Volgens het Europese Hof leidt deze eis tot onaanvaardbare situaties, wanneer buitenlandse maatschappijen daardoor voordelen mislopen die in een Nederlandse situatie wel zouden worden toegekend.

Het Nederlandse fiscale eenheidsregime in de vennootschapsbelasting

Het is in Nederland mogelijk om onder bepaalde voorwaarden tussen twee (of meer) verbonden maatschappijen een fiscale eenheid aan te gaan. Bij een fiscale eenheid wordt de belasting geheven alsof er één belastingplichtige is. Hierbij is een belangrijk element de consolidatiegedachte: de winst van de in de fiscale eenheid opgenomen groepsmaatschappijen wordt berekend alsof de fiscale eenheid slechts één onderneming drijft. Een fiscale eenheid kan een aantal voordelen bieden. Zo kunnen verliezen van een maatschappij met winsten van een andere maatschappij worden verrekend, indien zij een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting vormen. Verder leiden interne transacties tussen de groepsmaatschappijen niet tot heffing van vennootschapsbelasting en blijven de renteaftrekbeperkingen op leningen tussen de groepsmaatschappijen buiten toepassing. Aan een fiscale eenheid kleven ook nadelen. Iedere maatschappij is namelijk hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschuld van de fiscale eenheid waar zij onderdeel van uitmaakt. Daarnaast kan het tariefopstapje in de vennootschapsbelasting maar één keer worden benut door de fiscale eenheid. De eerste € 200.000 belastbare winst wordt belast met 20% vennootschapsbelasting, daarna geldt een tarief van 25%.

Het Europese Hof van Justitie over de Nederlandse fiscale eenheid

De voordelen van de fiscale eenheid zijn ook in internationaal opzicht niet onopgemerkt gebleven. In dit verband is van belang dat Nederland onder meer als voorwaarde stelt dat de maatschappijen in Nederland zijn gevestigd. Een buitenlands lichaam kan dus geen deel uitmaken van de fiscale eenheid en loopt de genoemde voordelen mis. Een dergelijke situatie gaf aanleiding tot het op 22 februari 2018 door het Europese Hof van Justitie gewezen arrest (HvJ EU, 22-02-2018, nr. C-398/16). Er was sprake van een groep lichamen bestaande uit een Zweedse tophoudster, een Nederlandse tussenmaatschappij en een Italiaanse kleindochter. De Nederlandse tussenmaatschappij leende een bedrag van de Zweedse tophoudster en stortte dit bedrag vervolgens in de Italiaanse kleindochter. De Nederlandse inspecteur weigerde de renteaftrek op de lening op grond van een renteaftrekbeperking. Wanneer de maatschappijen in Nederland zouden zijn gevestigd, had er een fiscale eenheid kunnen worden gevormd. In dat geval was de lening/storting niet zichtbaar en was de renteaftrekbeperking niet van toepassing. De rente zou dan per saldo wel tot aftrek hebben geleid in Nederland. Het Hof van Justitie achtte dit niet aanvaardbaar. Als de rente voor binnenlandse maatschappijen tot aftrek leiden door middel van een Nederlandse fiscale eenheid, dan moet de renteaftrek ook worden verleend als er geen fiscale eenheid kan worden gevormd, omdat een van de groepsmaatschappijen in het buitenland is gevestigd.

Spoedreparatiemaatregelen fiscale eenheid naar aanleiding van het Europese arrest

Nederland zou op grond van de Europese rechtspraak renteaftrek moeten toestaan bij buitenlandse maatschappijen terwijl niet zeker is dat hier belaste opbrengsten in Nederland tegenover staan. De staatssecretaris vindt dit een onwenselijke situatie, omdat hij verwacht dat de Nederlandse schatkist een hoop geld misloopt. Onmiddellijk na het arrest heeft de staatssecretaris in een brief aan de Tweede Kamer spoedreparatiemaatregelen aangekondigd. De spoedreparatiemaatregelen houden in dat diverse regelingen in de vennootschapsbelasting ook binnen de fiscale eenheid moeten worden toegepast. Als gevolg hiervan zal he zal Nederland geen voordelen hoeven te verlenen in een buitenlandse situatie. De maatregelen worden met terugwerkende kracht tot en met 25 oktober 2017, 11:00 uur ingevoerd.

Gevolgen van de spoedreparatiemaatregelen voor de fiscale eenheid

De spoedreparatiemaatregelen hebben tot gevolg dat bepaalde regelingen, die eerder niet golden binnen de fiscale eenheid, nu wel van toepassing zijn binnen de fiscale eenheid. Er kan bijvoorbeeld een renteaftrekbeperking gelden op een lening die door een groepsmaatschappij aan een andere groepsmaatschappij binnen fiscale eenheid is verstrekt. Voor het Midden- en Kleinbedrijf blijven de risico’s in het algemeen beperkt, omdat de renteaftrekbeperkingen vaak zijn geschreven voor interne leningen van grote omvang.

Heeft u vragen op het gebied van onze dienstverlening of anderszins? Indien u ons contactformulier invult, nemen wij zo spoedig mogelijk contact met u op.