Nederlandse fiscale aspecten verbonden aan een Duitse dochtervennootschap

13 juli 2008

In veel gevallen zullen de ondernemingsactiviteiten in Duitsland plaatsvinden via een Duitse dochtervennootschap. De winsten/verliezen van deze dochtervennootschap vallen in principe volledig in Duitsland in de belastingheffing. In sommige gevallen kan zich echter Nederlandse heffing voordoen:

  • de Duitse dochtervennootschap heeft een vaste inrichting in Nederland en is uit dien hoofde in Nederland belastingplichtig;
  • de wezenlijke bedrijfsbeslissingen van de dochtervennootschap worden in Nederland genomen zodat de dochtervennootschap (fiscaal) ook in Nederland is gevestigd;
  • de winsten van de Duitse dochtervennootschap worden uitgekeerd;
  • de aandelen in de Duitse dochtervennootschap worden verkocht.

Daarnaast ziet de Nederlandse (en Duitse) fiscus erop toe dat alle transacties tussen de moedervennootschap en de dochtervennootschap op zakelijke basis plaatsvinden (at arms’ length).

Bij uitkering van de winsten van de dochtervennootschap zullen deze in beginsel bij de aandeelhouder worden belast, tenzij:

  • de aandelen deel uitmaken van het vermogen van een in Duitsland gelegen vaste inrichting;
  • de deelnemingsvrijstelling is bij de moedervennootschap van toepassing.

Bij verkoop van de aandelen in een Duitse dochtervennootschap door een Nederlandse aandeelhouder, wordt de verkoopwinst in principe in Nederland belast, tenzij de deelnemingsvrijstelling van toepassing is.

Kostendoorbelasting

De moeder- en de dochtervennootschap moeten als twee verschillende entiteiten worden beschouwd. Dit betekent dat de kosten moeten drukken op die entiteit voor wie zij gemaakt zijn. Ook eventuele doorbelastingen zijn aftrekbaar, mits deze op zakelijke basis (at arms’ length) plaatsvinden.