Het EU-Arbitrageverdrag

17 oktober 2011

De procedures uit het EU-Arbitrageverdrag bestaan naast de regelingen voor onderling overleg uit de bilaterale belastingverdragen. Een belangrijk verschil is echter dat het EU-Arbitrageverdrag de verplichting oplegt aan de EU-lidstaten om dubbele belastingheffing op te lossen.

Transacties tussen verbonden vennootschappen moeten ingevolge het EU-Arbitrageverdrag op een zakelijke wijze (‘at arm’s length’) tot stand komen. De fiscale autoriteiten van de Europese lidstaten kunnen overgaan tot correcties van de winst op een transactie als deze transactie niet heeft plaatsgevonden alsof er is gehandeld tussen onafhankelijke ondernemingen.

Dubbele belastingheffing kan optreden wanneer de belastingdienst van een lidstaat de winst van een onderneming op een transactie met een verbonden onderneming uit een andere lidstaat naar boven corrigeert en de belastingdienst van de andere lidstaat geen corresponderende correctie naar beneden van de winst (lees: aftrek) bij de verbonden onderneming toestaat. Het at arm’s length-beginsel is geschonden door het verschil van inzicht van de fiscale autoriteiten van de lidstaten in wat een zakelijke prijs is met als gevolg de dubbele belastingheffing.

Het EU-Arbitrageverdrag kan in dergelijke gevallen uitkomst bieden. In de bovenstaande situatie kan een onderneming verzoeken om een procedure voor onderling overleg tussen de fiscale autoriteiten van de lidstaten. Indien de lidstaten binnen twee jaar niet tot een gezamenlijke oplossing komen, moet een raadgevende commissie advies uitbrengen. De lidstaten hebben na het uitgebrachte advies alsnog zes maanden de tijd om tot een oplossing te komen. Wanneer dit niet gebeurt, dan is het advies van deze Arbitragecommissie bindend.

Heeft u vragen? Indien u ons contactformulier invult, nemen wij zo spoedig mogelijk contact met u op.