De Reinvestitionsrücklage in Duitsland – de Duitse herinvesteringsreserve

30 januari 2014

Deze regeling is te vergelijken met de Nederlandse regeling  voor de herinvesteringsreserve. Uitgangspunt hiervoor is het volgende: indien een bedrijfsmiddel met boekwinst wordt vervreemd en binnen drie jaar na vorming van de herinvesteringsreserve weer wordt geïnvesteerd, kunnen ondernemers van deze regeling gebruik maken.

Volgens de Duitse regeling moet het aangeschafte of geproduceerde goed (dus het nieuwe bedrijfsmiddel) onderdeel uitmaken van de vaste activa van een binnenlandse vaste inrichting.  Dit heeft tot gevolg dat bijvoorbeeld een Nederlandse B.V. met een vaste inrichting in Duitsland geen gebruik mag maken van de Duitse regeling indien de reservering in Nederland wordt geïnvesteerd.

Rechtszaken in Duitsland hebben duidelijk gemaakt dat deze regeling in strijd is met de door het Europese recht gegarandeerde vrijheid van vestiging. Enerzijds worden investeringen van een in Duitsland belastingplichtige in het buitenland namelijk slechter behandeld dan binnenlandse investeringen. Anderzijds worden activiteiten van een EU-ingezetene in een andere lidstaat van de EU belemmerd doordat het belastingvoordeel slechts voor binnenlandse investeringen gegund wordt. Een rechtvaardigingsgrond is in het onderhevige geval tot op heden niet gebleken.  Opvallend is dat de Duitse belastingdienst in de beroepsprocedure voor de hoogste bevoegde Duitse rechter (Bundesfinanzhof) niet, althans niet tijdig haar beroepsgronden naar voren heeft gebracht. Daardoor werd haar beroep uiteindelijk op 20 augustus 2012 verworpen.  Desalniettemin hebben de Duitse autoriteiten geen EU-conforme aanpassing van de fiscale regeling in overweging genomen. Tegen dit licht heeft de EU-commissie op 27 september 2012 kenbaar gemaakt dat zij een infractieprocedure tegen Duitsland start op grond van het verschil in behandeling van grensoverschrijdende investeringen.

Het Duitse ministerie van financiën is van mening dat deze regeling door de Europese rechter zal worden goedgekeurd. Derhalve vindt – in afwachting van een eindvonnis - geen wijziging van de Duitse wet inkomstenbelasting (Einkommenssteuergesetz) plaats en wordt de betwiste regeling verder toegepast.  Voor Nederlandse ondernemers is het gezien de gerechtelijke procedures in Duitsland, alsmede de infractieprocedure door de EU-commissie, van belang dat zij hun aanspraak op de betreffende voorziening niet verliezen / behouden totdat over dit geschil definitief is beslist. Dit kan door middel van een bezwaar (“Vorbehalt”).

Heeft u vragen? Indien u ons contactformulier invult, nemen wij zo spoedig mogelijk contact met u op.

Datum: 30.01.2014