Emigratie en successierecht en schenkingsrecht

13 juli 2008

Een verkrijging krachtens een schenking of erfenis van een inwoner van Nederland is op grond van de Successiewet belast met schenkings- c.q. successierecht. Of schenkings- cq. successierecht verschuldigd wordt door de verkrijger is afhankelijk van de woonplaats van de schenker c.q. erflater. Als de schenker c.q. erflater in Nederland woont dan is in Nederland schenkings- c.q. successierecht verschuldigd. Echter ook in bepaalde gevallen dat de erflater of schenker niet in Nederland woont, kan er belastingheffing in Nederland plaatsvinden. Hieronder wordt het een en ander nader toegelicht.

De heffing van schenkings- en successierecht is in Nederland gebaseerd op het woonplaats-beginsel. Een uitzondering hierop vormt de woonplaatsfictie in de Successiewet. Iemand met de Nederlandse nationaliteit die emigreert en binnen tien jaar na emigratie overlijdt of een schenking doet, wordt geacht ten tijde van overlijden of het doen van de schenking in Nederland te wonen.

Voor het schenkingsrecht komt daar nog een woonplaatsfictie bovenop. Op grond van deze fictie woont ieder, ongeacht zijn nationaliteit, die in Nederland heeft gewoond en binnen een jaar na zijn emigratie een schenking doet, ten tijde van het doen van de schenking fictief in Nederland.

De wetgever heeft de woonplaatsfictie destijds in de wet opgenomen om te voorkomen dat Nederlanders heffing van successie- of schenkingsrecht ontlopen door vóór het overlijden of het moment van schenken te emigreren naar een land dat geen of nauwelijks successierecht heft.

Ter voorkoming van dubbele heffing van schenkings- en successierecht in Nederland en het buitenland heeft Nederland slechts een beperkt aantal verdragen gesloten. Met Duitsland bestaat op dit gebied zelfs géén verdrag ter voorkoming van dubbele schenkings- en successierecht. Wel kunt u als emigrant een beroep doen op het Nederlandse besluit ter voorkoming van dubbele belasting.